Afschaffing sectorverloning uitzendbranche

De laatste weken is er veel te doen over de sectorverloning in de uitzendwereld. De reden daarvan is de publicatie in de staatscourant op 24 mei jongstleden. In dit artikel staat beschreven dat de sectorverloning afgeschaft wordt voor uitzendondernemingen. De reacties op deze publicatie waren nogal wisselend. Werkwijzer is niet rouwig om dit besluit van minister Asscher. In mijn blog licht ik toe waarom.

Sector 52

Elke werkgever wordt door de belastingdienst in een bepaalde groep ingedeeld, een sector. De belastingdienst bepaald aan de hand van de risico’s de hoogte van de af te dragen werkgeverspremies. Uitzendorganisatie vallen in sector 52. In deze sector zijn de premies relatief hoog, omdat uitzendmedewerkers gemiddeld vaker ziek zijn en sneller terugvallen in de ww. Wat er de laatste jaren gebeurde: uitzendorganisaties hebben slim gebruik gemaakt van een grijs gebied in de wetgeving. Bij een x aantal medewerkers werkzaam in een bepaalde sector, mag je een nieuwe groep creëren, vaak een aparte BV. Bij deze groep hoort dan ook een andere, lagere premie, de kostprijs van deze uitzendkrachten is lager en kunnen dus door een uitzendorganisatie tegen een lager tarief worden aangeboden. Vanaf 1 januari 2019 mag dat niet meer en nieuwe uitzendondernemingen moeten nu al verlonen is sector 52.

Andere sectoren

Als er grote groepen uitzendkrachten worden verloond in andere sectoren, gaan de werkgeverslasten omhoog voor deze sectoren. De hoogte wordt immers bepaald door de veroorzaker. Uitzendkrachten hebben nou eenmaal een hoger risico om werkeloos of arbeidsongeschikt te worden. Uiteindelijk heeft het verlonen van uitzendkrachten in andere sectoren dan sector 52 nadelige gevolgen voor de loonkosten van reguliere werknemers.  

In de praktijk blijkt dat veel uitzendkrachten die buiten sector 52 worden verloond ook nog eens zonder uitzendbeding werken. Het uitzendbeding houdt in dat een uitzendovereenkomst eindigt op het moment dat de opdrachtgever de opdracht beëindigd of als de flexwerker ziek wordt.  


Uitsluiting loondoorbetalingsverplichting

Daarnaast is onze ervaring dat veel uitzendorganisaties de loondoorbetalingsverplichting uitsluiten. Deze loondoorbetalingsverplichting mag gedurende de eerste 78 weken uitgesloten worden. Dit is de hele fase A (ABU) en fase 1 & 2 (NBBU). In de praktijk komt het er dan op neer dat een zieke medewerker niet betaald krijgt voor de tijd dat hij niet werkt en pas aanspraak kan maken op een uitkering van het UWV nadat zijn contract is afgelopen. Werkwijzer werkt niet met weekcontracten en sluiten de loondoorbetalingverlichting niet uit.

Aangepaste wetgeving

De regering is dus tot de conclusie gekomen dat de uitzendbepaling niet werkt zoals beoogd. Integendeel , de wetgeving stimuleert juist de trend dat uitzendwerk steeds vaker plaatst vind buiten de uitzendsector. Daarom heeft de regering de wet aangepast. Werkwijzer is blij met deze aanpassing, omdat door deze wijziging de concurrentiepositie van Werkwijzer sterk verbetert. De uitzendkrachten van Werkwijzer medewerkers worden altijd al in sector 52 verloond en in de toekomst moet elke uitzendorganisatie dit doen. De uitgangspositie zal dus voor iedereen nagenoeg gelijk zijn.  De verschillen in prijs worden dus kleiner.

Meer weten over de dienstverlening van Werkwijzer Werving & Selectie | Uitzenden? Ons telefoonnummer is 024-3226600!
Deel deze pagina

verfijn op tag